Conversaties
kinderen | Kinderen | 05 Februari 2010 | 22:06:28
Ik praat veel met mijn kids. Over van alles en nog wat. Over leuke dingen, lachwekkende dingen, over serieuze dingen. En wat voor vragen er ook komen, ik probeer altijd een zo eerlijk en realistisch mogelijk antwoord te geven.
 
 Het is ook leuk, om kinderen uit de tent te lokken. Zo is er bijna elke avond na het eten wel even een praatrondje. Van bijvoorbeeld: noem drie dingen die leuk waren vandaag, of: wat was er niet leuk, vandaag? Of onze discussie gaat over de aardbeving van Haïti (vooral Dean heeft daar vragen over, hoort er veel over op school en is zó bang dat het bij ons ook gaat gebeuren), of over de komende vakanties (en wat we dan allemaal wel niet gaan doen), of over…… noem het maar op.
 
 Zo vertelde mijn oudste zoon mij laatst:”Mam, bij de C1000 is alles voor één euro?” “O ja, schat, hoe weet jij dat?” “Nou, dat zag ik op de TV, bij de reclame.” “Oké, en is dan ook echt álles voor één euro? Ook de wijn en de chocola en… (noem alle heerlijkheden maar op)?” “Ja, alles. En ik zou maar snel gaan, als ik jou was, want op = op zeiden ze nog.” De schat, ik moest er even om glimlachen.
 
 Toen kwam hij thuis met het begrip ‘homo’. Ik dus uitleggen wat dat is. Dat meestal een jongetje met een meisje gaat, maar dat er soms ook jongetjes zijn die jongetjes leuker vinden (en dan moet je dat gezicht van hem zien…) en meisjes die meisjes leuker vinden. Afijn, een paar dagen erna verteld Dean dat hij verliefd is om meisje Q. Tja, dat wist ik al even, want ik hoef haar naam maar te noemen en meneer glundert van oor tot oor. Roy verteld doodleuk dat hij verliefd is op vriendje D. Om vervolgens van onze oudste te horen te krijgen: “Maar dan ben je een homo, hoor Roy!” En dan weer dat gezicht erbij… Ik weer grinniken, natuurlijk.
 
 Vanmorgen had ik weer een poetsbui. Meestal zo even voor het weekend. Alles moet weer netjes zijn, ik heb geen zin in troep. Donna heeft net even in de box gelegen, maar was het zat, dus is weer naar bed verhuisd. Het laatste nummer van haar ‘Woezel-en-Pip-CD’ (ze vindt ‘em zo leuk. Gaat al glimmen als ze het eerste nummer hoort) is afgelopen en automatisch pakt de cd-speler de volgende CD. Laat dat nou net Pavarotti zijn.
 
 Heerlijk, op zondagmorgen gaat bij mij vaak Pavarotti (of Classic-FM) aan. Het geeft me rust, het geeft de kinderen rust en daar hou ik van. Nu galmde dus Pavarotti door mijn kamer. En even gingen mijn gedachten terug naar een aantal jaren geleden.
 
 Iedereen om ons heen maakte zich druk of onze oudste zoon wel zou gaan praten. Op een zondagmorgen kom ik beneden en wil een CD opzetten. Mijn oudste staat achter me en zegt: “Mam, zet je even Pavarotje op?” Zó lief…
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 10

5 EURO bij aanmelding. 1 EURO per 2 vrienden. X EURO per bericht.
Eigen schuld, dikke...
persoonlijk | Gezondheid | 29 Januari 2010 | 23:20:08
Ja hoor, ik heb weer een verhaal. Zojuist gebeurt. En ik heb besloten het maar even neer te tikken. Om jou aan het lachen te maken. Want dat zal je zo wel doen…
 
 Een ieder die mij een beetje kent, weet dat ik sport op de vrijdagavond. Lekker even bodyheaten, of: er flink tegenaan. Daarna drink ik meestal nog wat, klets en lach wat met die en gene. Om vervolgens weer richting huis te gaan, een koffie te nemen, een lekkere douche en daarna te genieten van een glas rode wijn.
 
 Vanavond was het dus ook weer zover. Toen ik er heen fietste, sneeuwde het al wel wat. En was het al wel koud, maar verder viel me niet veel op.
 
 Na het sporten, na het ‘bar-hangen’, na het kletsen, na het lachen vertrek ik dus weer. Ik zie dat het nog meer heeft gesneeuwd. De sneeuw op het zadel van mijn fiets is bevroren. Uitkijken dus…
 
 Ik glibber door de straatjes van ons dorpje naar huis. Het ging over van die kleine straatsteentjes, die hier en daar wel wat glad en glibberig aanvoelden.
 
 En voel jij ‘em al aankomen? Ik glibber het spoor over, ben bijna thuis. Ik kan de koffie al bijna ruiken. Nog een klein stukje, ik moet oversteken om mijn straatje in te gaan. Shit, het is echt glad. Ik voel het en tegelijkertijd glipt mijn fiets onder me vandaan. Ik zet snel een voet op de grond, maar het is zó glad…
 
 Daar ging ik dus… (lach niet!) Kei- en keihard onderuit. Ik val gewoon op m’n dikke kont met mijn benen in de lucht en daartussen zweefde ergens een fiets met fietstassen en een kinderzitje achterop. Ik baal enorm en zal niet herhalen wat er allemaal door mijn hoofd schoot. Ik voel een vreselijke pijn. In mijn bekken, daar ergens onder bij mijn kont (zit daar dat ellendige stuitje niet?) Ik kan niet overeind komen…
 
 Oh, wat baalde ik. En weet je wat het ergste was? Achter me stond een auto, dikke, vette koplampen op mij gericht. En die gast bleef maar staan. Hij stapte niet uit. Reageerde niet. Bleef maar staan. Met mama Ina in de spot-lights op een oncharmante manier. L*L!, dacht ik bij mezelf. Rij door en laat mij…
 
 Ik probeer overeind te komen, maar het gaat echt haast niet! Jeetje, wat deed dat pijn. De tranen liepen over mijn wangen, maar wilde het liefst niemand zien en al helemaal niet door iemand gezien worden. En dan zeker niet in het licht van een paar koplampen (“De autolichten beschijnen haar lichaam…”, tja, dat was weer wat anders in dat park).
 
 Afijn, er komt beweging in de auto. Ik sta al half, zoek steun bij mijn fiets die daar nog maar ligt te liggen. Auto naast me. Raampje open. Je voelt ‘em al, hè? Je weet het al hè? Er wordt gevraagd: “Gaat het?” En dan nog wel door een (oudere) vrouw! 
 
 Wat moet je dan? Vloeken, tieren, zeggen dat het zo’n pijn doet? Nee, dat doet mama Ina niet. Op zo’n moment hou ik mezelf groot (ach, die tranen kon ik niet helpen, was vast van de kou) en zeg: “Ja hoor, het gaat wel. Ben bijna thuis, rij maar door.” Zij nog: “Gaat het echt wel?” Ik denk: Mens, als je nu niet doorrijdt! Dus zeg ik nog vreselijk vriendelijk: “Ja, het gaat echt wel, ga maar door, laat me maar.”
 
 Zie je het voor je? Daar kwam de tweede auto. Raampje open. “Gaat het?” Ik wil schreeuwen, janken en gillen dat ik pijn heb. Maar nee, even vriendelijk als daarnet zeg ik: “Ja hoor, ik ben bijna thuis, laat me maar. Het is gewoon erg glad.” Pff, weer een auto verder…
 
 Auto drie kijk ik waarschijnlijk aan met een blik van: laat je raam dicht, vraag me niks en ga naar je verjaardag, huis, afspraak of weet ik veel wat. Er gebeurt niets. Auto drie kijkt alleen en glibbert langzaam door.
 
 Gelukkig, auto’s weg. Even kan ik rustig snikken. Dat rare rugje, bekken en onderkantje van mij ook… Bij het minste geringste heb ik er pijn. Ik baal!
 
 Ik heb mijn fiets overeind. Glibber naar de stoep en moet nog een klein stukje. Er lopen twee jonge gasten, die het hele tafereel waarschijnlijk ook gezien hebben. Eén komt er op me af. “Mevrouw, waar woont u?” Ach, die lieverd. Van hem kan ik dat ‘mevrouw’ wel hebben. Maar wat wil hij doen. Mij op zijn nek slingeren en thuis brengen? Terwijl zijn maatje mijn fiets thuisbrengt?
 
 Nee hoor, ik vertel hem hetzelfde als die twee auto’s. “Ben bijna thuis, komt wel goed.” En ik glibber verder.
 
 Dan, precies voor mijn huisje, glijdt die stomme fiets nog eens onderuit. Ik blijf staan dit keer, maar mijn trouwe maatje ligt daar weer. Nog sneller strompel ik naar de garage en ga daar eerst eens flink staan janken. Sjonge, ik lijk wel een klein kind, maar het doet zo’n pijn!
 
 Snel naar binnen. Gelukkig is daar gelijk die brede schouder. Gelukkig kan ik daar zeggen, wat ik tien minuten daarvoor alleen dacht. Gelukkig kan ik gewoon even als een klein kind janken van de pijn.
 
 Toen snel onder de douche. Maar het blijft pijn doen. En nu hang ik op de bank. Met natuurlijk dat rode wijntje. Maar hoe ik moet zitten, ik weet het niet. Hoe ik morgen wakker word. Ik weet het niet.
 
Het zal wel mijn eigen schuld zijn. Mijn straf voor wat ik allemaal aan die bar het uit zitten kramen. Want lachwekkend was het, maar niet voor ieders oren bestemd… Misschien ben ik gelijk gestraft…

Haiti
kinderen | Kinderen | 21 Januari 2010 | 12:32:51

Zaterdagavond. Ik ben uit eten met manlief. Het eten is heerlijk en we genieten. Van een voorgerecht, hoofdgerecht, nagerecht, koffie…Haïti trilt na.

 
 Zondagmorgen. Ik ben bezig met de ontbijttafel. Verse jus d’orange, koffie, warme broodjes uit de oven, croissants, yoghurt, muesli, beleg, een eitje… 
Haïti kreunt om zo’n ontbijt.
 
 Mijn dochtertje huilt en heeft ook wel zin in haar ontbijt. Melk met ontbijtgranen. Een bordje vol. Ze laat het zich goed smaken… 
Ik zie beelden van een babymeisje in Haïti.
 Huilend, gillend van de pijn en honger.
 
 Maandagmorgen. Ik maak de tassen van mijn zoontjes klaar. Een beker drinken mee en een versnapering voor tussendoor. Elke dag weer wat anders, variërend van een liga, eierkoek, ontbijtkoek, ‘schoolkoekje’, ‘giraffenekken’, ‘berenkoekjes’…
Haïti smeekt om eten.
 
 Gisteravond bij een vriendin geweest. Gekletst over van alles en nog wat. Maar vooral ook over onze ‘toekomstplannen’. We willen samen iets opzetten. Het was heel gezellig. We lijnen allebei, maar toch maar wat lekkers bij de koffie. En wat later toch maar een wijntje. 
Haïti, toekomstplannen?
 
 Elke dag lees ik de krant. Elke dag zie ik de verschrikkelijke foto’s, lees ik de vreselijke verhalen. Elke dag komt er wel een journaal voorbij met nieuwe berichten. Bert Dijkstra schreef deze week in de Telegraaf: ‘wat een raar woord eigenlijk: puinhoop. Puin-hoop. Hoe kan er hoop zijn in puin?’ 
Haïti, hartverscheurend.
 
 Vanmorgen doe ik boodschappen bij de supermarkt. Ik sla weer een behoorlijke voorraad in. Om vervolgens mijn kasten weer te vullen. Ik besef opeens hoe goed we het hebben. Mijn kasten puilen uit. 
Haïti, een voorraad?
 
 Vandaag is mijn vrije dag. Geen kinderen. Tijd voor mezelf, tijd om mijn plannetjes uit te gaan werken. Ik luister naar radio 555. Goed om te zien wat Nederland doet. Goed om te weten dat onze regering het uiteindelijke bedrag vanavond zal verdubbelen.
 
 En hoewel ik soms ook een klein beetje twijfel. Komt al dat geld wel op de goede plaatsen? En ik soms heel stiekem denk dat die ‘verdubbelaar’ gewoon jou en mijn belastingcenten zijn. Toch heb ik net even zitten telebankieren…
 
 Ik kan het wel missen. Onze kasten puilen uit, onze lichamen ook (we hebben zoveel overgewicht met elkaar).
Haïti huilt. Huil niet mee. Doe iets!
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 20

Potjes, lepeltjes, koekjes...
kinderen/baby | Kinderen | 13 Januari 2010 | 20:06:25
Ken je ze? Die potjes van Olvarit? Wat je baby heerlijk zou moeten vinden. Moet je zelf eens een hapje nemen. Je weet niet wat je proeft. Dit is toch geen realistische smaak? Ik vind het echt smerig.
 
 Maar soms, ja soms ben ik ook afhankelijk van Olvarit. En ik geef, zij het met wat tegenzin, toe dat het soms wel heel makkelijk is, die potjes van Olvarit. En ja, dan krijgt ook mijn kleine meisje dat smerige goedje voorgeschoteld. En dan zie ik een meisje voor me, dat wel eet, maar ook met wat tegenzin. Een mondje dat af en toe wat rare trekjes maakt en niet heerlijk smakkend het Olvarit-maal naar binnen werkt.
 
 Hoe kan het ook anders. Mama Ina kookt veel lekkerder. Van mijn ‘potjes’ smult ze heerlijk. Dan hoor is bijna bij elke hap ‘hmmm’. Van elk avondmaal wordt een fijngemalen potje in de koelkast gezet. Voor Donna, voor de volgende dag. En echt, geloof me, ze smult ervan.
 
 Ook van het verse fruit, trouwens. Een banaan, appel, peer, kiwi, het maakt Donna niet uit. Ze vindt alles heerlijk. Tot het uit een potje met etiket komt. Dan eet ze het wel, maar krijg ik weer een ‘zuur’ gezichtje voor me.
 
 Ben jij ook zo’n moeder, die elke hapje eerst zelf ik je mond neemt? Gatver, dat doen er heel veel, wist je dat? Volgens mij om gewoon stiekem eerst de helft van dat hapje af te eten (want het is zó lekker). Om dan vervolgens een piepklein hapje in baby’s mondje te laten belanden.
 
 En wat dacht je van (met deze vijf woorden begint mijn oudste de laatste tijd verdraaid vaak zijn zinnen) een snotneus. Heb je dat wel eens gezien? Bij gebrek aan papier, keukenrol, zakdoek. Gewoon je hand er even langs en ach, ik heb toch een oude spijkerbroek aan, hup veeg af die hand. Ik krijg de kriebels nu al…
 
 Nee, dan vorige week. Ik loop in de supermarkt, mijn wagentje weer eens compleet te overladen, terwijl ik iets zie… Een kindje, in het karretje. Dat kind zit heerlijk een koekje te eten, maar krijgt dat hele koekje niet weg. Het zit te kokhalzen in het winkelwagentje… Alleen daarom al moest ik mijn hoofd even omdraaien.
 
 Maar vervolgens zie ik die moeder een vinger in dat mondje steken, een groot gedeelte van dat gekokhalsde koekje tevoorschijn toveren, om het vervolgens in haar eigen klep te doen belanden… Ik wist niet wat ik zag! Ging bijna zelf over mijn nek.
 
 Draaide me dus maar snel om, keek snel Donna aan en ik kreeg de mooiste glimlach van de wereld. Nog sneller liep ik door, want dit is toch echt goor, of niet dan?
 
 Wat heb je toch viespeuken in de wereld. Ben bang dat ik kan blijven schrijven……
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 20

Happy new year!
kinderen | Kinderen | 07 Januari 2010 | 08:53:22
Heb je het gehoord? De merel zingt het allermooist… Zucht… Was ik maar zo’n merel. Dan zou ik nu spontaan voor je gaan zingen: Happy new year, happy new year… Ja, het is wat laat, maar niet minder gemeend. Dus bij deze, voor elk slachtoffer wat mijn wekelijkse mijmeringen leest…
 
 Ik ga toch maar weer eens wat vaker en meer over de kindjes schrijven. Ben al veel te lang bezig met het noteren van mijn wel en wee. Natuurlijk doet dat er wel toe, dat besef ik ook wel. En natuurlijk ben ik heel blij met al het oprechte medeleven van iedereen en dan vooral de afgelopen weken…(en ik kan het nog wel even gebruiken, want ik ‘ben er nog lang niet’…)
 
 Maar het gaat goed. Met mama Ina gaat het heel erg goed. Ik zie het allemaal weer wat positiever in en ben met goede gevoelens het jaar 2010 ingegaan. Nieuwsgierig ook wel, naar wat dit jaar mij en mijn dierbaren gaat brengen. Wat een dramatische zin. Er waren ook wel wat gemengde gevoelens, dat zeker wel. Maar ik wil er weer tegenaan. Ik wil weer lachen, stralen, genieten en plezier hebben. Ik wil weer leven, ik heb er zin in!
 
 Met de kindjes gaat het ook allemaal goed. De oudste heeft een heerlijk leventje en het gaat heel erg goed met hem. Sinds hij vijf jaar is geworden besloot ik niet te veel details meer van hem te noteren. Hij heeft tenslotte zijn privé leventje. Het moet niet zo zijn, dat mijn gozertje straks vijftien jaar is en ‘jan en alleman’ weet hoe hij in elkaar zit en wat hij meegemaakt heeft. Nee, het meeste blijft heerlijk privé…
 
 Dan zoontje nummer twee. Met hem gaat het ook prima. Heeft ook een heerlijk leventje. Hoewel hij toch een heel ander karaktertje heeft dan zijn grotere broer. En dat is soms wel wennen, maar ook erg lachen op zijn tijd. Hij gaat ontzettend graag naar school, komt altijd lachend naar buiten. Hij is enorm pienter, denkt heel veel na over diverse dingen. Hij is heel rustig, kan zichzelf heel goed vermaken. Is niet brutaal, is vooral heel erg lief. Geloof me, ik wil hier geen heilig boontje afschilderen, maar het ís gewoon een ontzettend lief kind. En dat zegt niet alleen ik, ook de juf, ook familie en gisteren ook een hulpmoeder op school. Maar ja het kan ook niet anders, met zo’n lieve moeder…
 
 En dan mijn jongste. Het mooiste meisje van de wereld. Is ook zó lief. Is ook zó rustig. Maar laat zichzelf ook echt wel horen, als ze iets niet wil. Daar zou ik nog wat van kunnen leren! Ik ben zo trots op haar. Ze kan soms zo schateren en dan zie ik in haar onderkaakje twee tandjes priemen, terwijl in haar bovenkaakje al zo’n joekel glimt...
 
Trots ben ik op het feit dat ze, zonder morren, al drie tanden gekregen heeft. En dat de vierde joekel er al aan zit te komen. Misschien ben ik wel nóg trotser op mijn oudste, die deze week zijn eerste tandje alweer uit zijn mondje haalde… Trots ben ik, op alle vier. Het zijn mijn kanjers…

 

reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 22

Kerst 2009
persoonlijk | Feestdagen | 30 December 2009 | 20:10:22
Er was eens… Er was eens een meisje. Een vrouw, eigenlijk. Ongeveer 32, 33 jaar jong. Dat meisje, die vrouw had het moeilijk. Ze zat op dat schip, waar ik vorige week over schreef. Ze zit nog op dat schip…
 
 Ze wist het niet meer. Wat moest ze nu? Het stormde aan alle kanten, het schip werd overal heen geslagen. Alle kanten op, behalve richting horizon.
 
 Ze kon overstappen. Ze kon het doen. Het zou zo gemakkelijk zijn. Zo goedkoop ook. Om op dat andere schip verder te gaan. Wie weet wat voor toekomst tegemoet.
 
 De vrouw is gaan praten. Heel veel gaan praten. Ze praatte, huilde, praatte en huilde. Ze werd aangehoord, ze werd vastgehouden er werd meegepraat. En dan niet praten, om maar te praten, maar diepgaande gesprekken. Diepgaande gevoelens kwamen naar boven…
 
 Ze dronk rode wijn, viel voor een nacht in slaap. Om de volgende dag weer verder te gaan. Weer praten. Alles, maar dan ook alles wat deze vrouw dwars zat, gooide ze eruit. Het luchtte haar zo op. Het feit dat ze begrepen werd, deed haar zo goed.
 
 De storm ging wat liggen. De golven waren niet meer zo hoog, niet meer zo onbedwingbaar. Het werd rustiger. Het schip gooide het anker uit en bleef dobberen op dezelfde plek. Maar dit keer in rustiger weer.
 
Het schip dat langszij lag moest doorgaan. Hoe moeilijk deze beslissing ook, het is het beste. Dat is een schip op zich, met een eigen verhaal. Dat schip moet ook door, dat moet niet blijven hangen…
 
 Toen werd het Kerst. Eerste kerstdag werd er champagne gedronken bij knapperend haardvuur. Het smaakte de vrouw goed. Er werden spelletjes gespeeld met de kinderen, en werd een dvd gekeken. Dit keer geen uitgebreid kerstdiner met familie. Maar alleen dit gezin, ze hadden alleen elkaar. En meer was er niet nodig.
 
 ’s Avonds werd er gegourmet. De kinderen genoten, de snoetjes glommen. De vrouw las het kerstverhaal voor, de kinderen hingen aan haar lippen. Die avond sliepen ze als roosjes. De vrouw wilde vroeg naar bed, maar begon weer een gesprek. Praatte weer over haar gevoelens, hoorde de gevoelens van de ander aan… en op de achtergrond klonk kerstmuziek en knapperde het vuur.
 
 Het anker kan weer binnen. Het schip heeft nog een lange weg te gaan. Maar de schade is redelijk gerepareerd. Volle kracht vooruit zit er nog niet in. Nee, rustig aan, dat is de bedoeling.
 
 En het werd een kerst om nooit te vergeten…

 


Storm
persoonlijk | Kinderen | 22 December 2009 | 22:11:13
Iedereen vaart in een bootje. In een bootje op de zee. De één heeft lang aan zijn boot gewerkt en heeft een prachtschip, de ander vaart in een krakkemikkig gevaarte. Maar varen doen we, allemaal…
 
 Zolang het rustig is, is alles oké. Dan kun je vertrouwen op het rustige water. Dan vaart je schip wel verder. Dan heb je niets te vrezen.
 
 Soms waait het wat, soms regent het wat, soms hagelt het wat. Maar ondanks alles, het schip vaart door. Het heeft de haven verlaten, om er nooit meer terug te keren. Nee, je schip is op weg naar de horizon… De eindeloos lijkende horizon.
 
 Maar dan steekt er een storm op. Een enorme storm. Je schip wordt heen en weer geslingerd. Van voor naar achter, van links naar rechts. Je schip kraakt, piept en loopt schade op. Wat nu? De storm raast door. Je bent in paniek. Moet je het schip laten gaan, maar welke kant gaat het op? Sla je te pletter, of ga je nog richting horizon?
 
 Dan komt er een schip langszij. Een mooi schip, een goed schip. Oké, het heeft ook wat krassen hier en daar, maar dit schip kan redding bieden. Dit schip kan uitkomst geven. Met dit schip zal de storm beter te trotseren zijn.
 
 Wat moet je nu? Laat je dan je schip, waar al je ziel en zaligheid in zit, achter? Pak je dat touw en spring je naar het andere schip? Laat je dan je schip achter, voor wat het is? In de hoop dat er nog eens iemand zal zijn, die het vindt? In de hoop, dat het niet te pletter zal slaan, maar dat het toch nog goed zal komen met je schip? Stap je over?
 
 Of blijf je trouw? Blijf je dat schip onvoorwaardelijk trouw? Ga je verder met je onstabiel lijkende schip, door de storm heen? Ga je proberen met je schip uit deze storm te komen, zodat je daarna weer richting horizon kan? Hoe ver je ook afgedreven bent, hoe verkeerd je koers ook is, of was? Ga je terug naar de haven, om opnieuw te beginnen? Of ga je op volle kracht vooruit?
 
 Soms lijkt het leven één grote storm. Soms kom je in een situatie, dat een keuze maken zo moeilijk is. Kies je voor je eigen, vertrouwde schip en hoop je, dat het je ooit het ultieme geluk zal geven. Het geluk van de stralende zon, aan de horizon. Of stap je over, op dat andere schip. Dat andere schip, dat al zoveel geluk uitstraalt. Nogmaals, het heeft ook wat krassen, maar het kan je redden. Het kan je sterker maken, gelukkiger maken… Het wil je helpen.
 
 Maar kan je echt op dat andere schip bouwen? Of ben je over een aantal miles weer je richting kwijt?. Je gelooft zeker, dat dit nieuwe schip een extra deuk wel kan hebben, maar toch…
 
 Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Wanneer neem je de juiste beslissing?

 

reacties 5 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 166

Mexicaanse...
kinderen | Kinderen | 16 December 2009 | 21:06:47
Ja, ook ik ontkom er niet aan. Schrijven over de Mexicaanse. Weliswaar nu de grootse hype eromheen verdwenen is, maar mama Ina gaat het nog eens even aankaarten.
 
 Ik heb er niet veel over te zeggen. Vond het aardig eng. Vond het soms ook heel dichtbij komen. Was bang voor mijn kindjes. Ach, het hele circus eromheen maakte je ook een beetje bang…
 
 Mijn oudste had al een ‘gewone’ griepprik gehad. Hij is een astma gevalletje, dus kreeg automatisch een oproep. Ik twijfelde geen moment en ging voor de prik. Maar ziek dat het mannetje werd. Ik weet het, je kunt niet ziek worden van de griepprik, hooguit wat lamlendig voelen, nou mijn stoere kereltje werd toch echt ziek. Heel hoge koorts en alle verschijnselen van een griep… Wat google-werk leverde op dat een kind inderdaad griep kan krijgen na de eerste griepprik, als hij, of zij nog nooit echte griep gehad heeft…
 
 Ja, wanneer heb je echte griep. Ook zoiets. Men klaagt de hele winter dat men ‘grieperig’ is. Oftewel: ik heb al een week een loper, snotter wat af en heb een zere keel. Ik heb griep… Hmm, het zal wel.
 
Afijn, na een aantal weken kwam daar de oproep voor de Mexicaanse. Onze oudste had de primeur. Ondanks het ziek zijn na de gewone griepprik besloot ik dat hij de prik maar moest krijgen. Natuurlijk had ik er mijn twijfels bij. Is het wel zo nodig? Men weet nog niet alles over de bijwerkingen. Wat als, en als en als…
 
 Zoon nummer twee en dochter kregen later ook een oproep. Aangezien zij geen astma gevalletjes zijn, was het verhaal hier weer even anders. Weer even twijfel.
 
 Als ik het doe, zijn ze straks beschermd. Maar die bijwerkingen, daar zijn ‘ze’ nog niet over uit. En wat als ze allergisch zijn voor een bepaalde stof? En als ik het nou gewoon niet doe? Ja, dan moet ik ook niet zeuren, als de Mexicaanse straks om de hoek kijkt. Dan heb ik zelf gekozen om niet in te enten…
 
 Ik ben dus toch gegaan. Met een piepende tweede zoon op de achterbank. Hij had geen zin in zo’n heerlijke naald (wat een joekel!) in zijn arm. En ook dochterlief heeft de prik gehad.
 
 Vandaag ging ik voor de tweede versie. Zoon nummer twee piepte nog harder en de tranen liepen al over zijn wangetjes, voordat hij de naald zag. En dochterlief keek vrolijk rond. Huilde even, maar was het verdriet snel weer vergeten.
 
 Is het vergeefs geweest? Ik weet het niet. Ben blij dat ik het heb gedaan en hoop dat die Mexicaanse heel snel verdwenen is.

 


Ho, hoo, hooo
kinderen | Feestdagen | 09 December 2009 | 19:49:59
Ziezo, hij is vertrokken. Weer terug naar thuisland. Om voor een heel jaar weg te blijven. Weg boot, weg paard, weg mijter, weg staf, weg boek, weg pieten, oftewel weg Sinterklaas. Ik heb hem uitgezwaaid. Heel lang, tot ik een stipje aan de horizon zag. Want ik wilde zeker weten dat hij weg was, is en blijft…
 
 Alles wat me hier in huis nog herinnerde aan baardmans heb ik zorgvuldig opgeruimd. Tja, je wilt toch niet dat de kinderen zien dat er iets van onze lieve Sint achteloos in de prullenbak is beland. Dus vandaar, zorgvuldig. En ja, die enkele piet en sint (geknutseld op school, beland altijd voor een poosje op onze keukendeur) die me nog aanstaart, ja die laat ik nog maar even…
 
 Vervolgens manlief opdracht gegeven om al mijn kerstspullen tevoorschijn te toveren. Niet dat ik er al veel zin in had, maar het kon er maar alvast staan. Conclusie: niemand moest meer voor aanbellen, want mijn kleine halletje was tot de nok gevuld met dozen ‘kerstzooi’. Dus je kunt aan die bel trekken wat je wilt, je kan er niet in! Loop maar even om…
 
 Die dozen stonden er een aantal dagen. Ik zag ze in het voorbijgaan, keek snel de andere kant op (de trap op, dus. Dacht bij mezelf: Hoog Ina, kijk omhoog Ina… ach die arme Ramses…) Maar ja, kwam ik de trap af, zag ik ze weer. Alleen ik deed er niets mee. Had nog geen zin.
 
 Gisteren ben ik de kerstboom gaan bestellen. Een grote. Ik hou ervan. Tot het plafond moet mijn boom reiken. Met heel veel takken, zodat ik er een bonte mengelmoes van kan maken. Was het voor de kindertijd nog goed uitgezocht (goud met rood, het volgende jaar wit met zilver, enz.), sinds zij mee kunnen beslissen gaat alles de boom in (behalve ikzelf dan).
 
 Morgen, of overmorgen wordt de boom afgeleverd en kan ik (of kunnen we, want de kids vinden dat wel leuk) aan de gang.
 
 En zo kreeg ik vandaag dus al de kriebels. Opeens moest het maar eens gaan gebeuren. Ik sleepte de dozen de kamer in. Zette een kerstcd op (manlief kan ze niet meer horen, maar ja, ik hou er zo van…) en ging aan de slag. Gevolg: mijn kleine Anton Pieck-huisje is inmiddels al aardig in de kerstsferen.
 
 Hoe langer ik bezig was, hoe leuker ik het vond. De haard is voorzien van het nodige, de vensterbanken, de tafel… De kerstboeken voor de kinderen zijn weer uitgestald. Ik heb wel drie keer een andere cd op kunnen zetten.
 
 Net keek ik even naar buiten. Zag een maantje. En verbeelde ik het me, of zag ik daar al wat rendieren door de lucht gaan? De bellen rinkelden. En in een echo hoorde ik: “Ho, hoo, hooo!”

Sinterklaas
kinderen/kleuter | Kinderen | 02 December 2009 | 20:17:53
Hij is leuk, hoor, die ouwe gek. Echt, ik vond het vroeger maar wat leuk, dat pakjesavond gebeuren, de chocolade- en banketletters. De muziek over baardmans, de intocht en alles eromheen…
 
 En mijn kinderen vinden het ook leuk, hoor, die ouwe. Echt, voorheen waren ze bang(er), maar dit jaar komen ze los.
 
 Ik schreef enige tijd terug al, dat daar de schoenen bij de schoorsteen stonden (en inmiddels hebben ze er nog al een keer gestaan, maar ik geloof dat ze het nu wel goed vinden…). Uiteraard gevuld, de volgende morgen.
 
 Inmiddels zijn we een week of drie verder en kots ik die ouwe gek al helemaal uit. Snel een rotschop onder die lange ‘kopvod’ van hem en weg ermee (tja, hij mag mij in die zak stoppen en meenemen voor een tijdje… vind ik helemaal niet erg… kan ik eens goed nadenken daar in Spanje over wie ik ben, wat ik wil, hoe ik het wil…) Ik kan geen Sinterklaas meer zien, en soms denk ik dat de jongens het onderhand ook wel goed vinden.
 
 Op school is al een keer de schoen gezet. Maar de Piet had er een rommeltje van gemaakt. De volgende dag waren de schoenen verdwenen. Maar gelukkig, gelukkig stonden ze allemaal in het gymlokaal. Gevuld en wel.
 
 Bij opa en oma heeft de laars al eens triomfantelijk bij de haard gestaan. En mama Ina ging uiteraard weer met een tas vol speelgoed en lekkers naar huis.
 
 Het Sinterklaasjournaal wordt op de voet gevolgd. En nu pas begint Dean het een beetje leuk te vinden. Vorig jaar was het nog eng en moest hij er niet veel van hebben. Maar ja, mijn oudste is inmiddels uitgegroeid tot een stoere vent, die de grootste, sterkste en snelste van de klas wil zijn en al helemaal niet bang wil zijn voor Sinterklaas.
 
De intocht hebben we gezien, op TV. Om vervolgens een week later hier het dorp in te gaan en onze Sint aan te zien komen.
 
 De week daarna naar papa’s werk. Dean en Roy dansten en sprongen met de Pieten in het rond, ik weet niet wat ik zag. Ach ja, mama Ina stond net zo hard mee te swingen, met Donna op de arm.
 
 Vandaag hebben ze op school een eierkoek versierd (ze kwamen met heerlijke zwarte Pietjes thuis). Morgenavond hebben ze op school Pietentoneel. Vrijdag komt hij dan echt op school en zaterdag vieren we het nog met familie…
 
 Het is druk! Maar wel leuk. En eerlijk gezegd, de jongens zijn er gelukkig niet zo druk meer mee bezig. Ze hebben er soort een beetje lak aan. En ik ook. Laat hem maar snel verdwijnen. Met z’n paard en z’n boek en z’n boot en z’n mijter en z’n staf en z’n baard en z’n pieten… Adios Sint, tot volgend jaar!
 

 


Home Ontwikkeld door punt.nl gehost door mijndomein.nl| sinds: 2007-07-27